• Jolanda de Rijk
• Jolanda de Rijk Foto: Brian Elings

Ook NNP pleit voor aanpassingen in wetsvoorstel versterking lokale publieke omroepen

Algemeen NNP-verenigingsnieuws

Net als de NDP heeft ook de NNP een consultatiereactie ingediend op het wetvoorstel versterking lokale publieke omroepen.

De Nederlandse Nieuwsbladpers (NNP), de branchevereniging voor lokale nieuwsmedia, kan waarderen dat het kabinet bezorgd is over de lokale nieuwsvoorziening. De NNP betreurt het evenwel dat deze aandacht en de extra financiering die hiervoor is bestemd volledig is gericht op het verder optuigen van lokale publieke omroeporganisaties, zonder daarbij acht te slaan op de overige lokale en regionale nieuwsmedia, zoals nieuwsbladen, huis-aan-huiskranten en regionale dagbladen.

Rigide

Hoewel in de brief van de minister van OCW van 25 oktober blijk wordt gegeven van een bredere oriëntatie op het lokale medialandschap, biedt het nu in consultatie liggende wetsvoorstel geen ruimte voor vormen van samenwerking tussen de lokale publieke omroep en andere lokale media. Op dat gebied worden wel experimenten gefaciliteerd, maar tegen de tijd dat die tot conclusies en goede praktijken (best practice) leiden, kunnen die geen aansluiting vinden in een op dit gebied rigide geformuleerd wetsvoorstel. 

Verder wordt geen acht geslagen op de bevindingen en conclusies van het rapport van het Commissariaat voor de Media van oktober 2022, dat duidelijk aangaf dat andere lokale media dan de lokale publieke omroep veel meer burgers bereiken en vaak ook hoger worden gewaardeerd dan de publieke omroep. Toch richt het wetsvoorstel zich alleen op de publieke sector, geeft het ruimte om andere lokale media te beconcurreren en handhaaft het de strikte omschrijving van het dienstbaarheidsverbod, schetst de NNP in een samenvatting.

Drie concrete verbeterpunten

In haar reactie draagt NNP-voorzitter Jolanda de Rijk ook drie concrete verbeterpunten aan:

1. De lokale publieke omroep is een waardevol element in de lokale nieuwsvoorziening, maar moet worden ingebed in een mediabeleid dat rekening houdt met het bestaan en voortbestaan van andere, private nieuwsmedia en het voor de laatste groep noodzakelijke businessmodel. Dat kan betekenen dat grenzen worden gesteld aan de taakopdracht, aan de mogelijkheid tot het ontwikkelen van concurrerende aanbodkanalen, en aan de ruimte om eigen inkomsten via advertenties te verwerven.

2. Een tweede element bestaat uit het gehandhaafde dienstbaarheidsverbod. De betekenis daarvan heeft landelijk geheel andere dimensies dan op lokaal niveau, getuige ook het als vanzelfsprekende gebruik door de publieke omroep van YouTube als commercieel platform. Als verschraling moet worden tegengegaan, moet juist ruimte worden geboden aan vormen van samenwerking tussen publiek gefinancierde media en private media, steeds met het belang van de burger voor ogen. Ten minste moet het wetsvoorstel ruimte creëren voor het snel en zonder een nieuwe, langdurige wetswijziging, ruimte bieden aan de uitkomsten en bevindingen van de pilot publiek/private samenwerking die momenteel worden uitgevoerd onder begeleiding van het Stimuleringsfonds, onder het oog van uw ministerie.

3. Voor een beter beeld hoeft geen nieuw onderzoek te worden gedaan. Het onderzoek van het Commissariaat voor de Media is glashelder in zijn bevindingen en conclusies en kan als uitgangspunt dienen voor het beleid, evenals de grotendeels genegeerde motie-Van Strien.