Peter Smet is sinds 2016 werkzaam bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Sinds drie jaar geeft hij als directeur leiding aan de organisatie.
Peter Smet is sinds 2016 werkzaam bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Sinds drie jaar geeft hij als directeur leiding aan de organisatie. Foto: @SVDJ

Peter Smet: ‘Stimuleringsfonds voor de Journalistiek staat op de kaart bij de NNP’

Algemeen NNP-verenigingsnieuws

Een proeftuin. Zo omschrijft directeur Peter Smet van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SVDJ) het programma waarin vertegenwoordigers van private en publieke lokale media samenwerking opzetten en onderzoeken onder welke omstandigheden en juridische voorwaarden dit mogelijk is. Aan de hand van een handjevol casussen in verschillende regio’s worden grenzen opgezocht en - als het aan Smet ligt - verlegd. ‘Centraal staat de vraag hoe de lokale gemeenschap voorzien kan worden van goede en betrouwbare journalistiek.’

Eind 2024 klonk het startschot voor een ambitieus programma waarin de Nederlandse Nieuwsblad Pers (NNP), de stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroep (NLPO) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap samen aan tafel zitten. ‘Het idee komt niet uit onze koker’, benadrukt Smet. ‘De NNP en de NPO hebben vrijwel gelijktijdig bij ons aangeklopt en stoeien met dezelfde vragen over vorm en inhoud van goede lokale journalistiek in de toekomst. Als SVDJ begeleiden we beide organisaties graag. Sterker nog, daar zijn we goed in!’

COACHINGSTRAJECT

De privaat-publieke proeftuin, zoals Smet deze schetst, is ondergebracht binnen het coachingstraject voor lokale private media dat in 2024 is gestart. Aan het coachingstraject nemen onder meer de NNP-leden BrugMedia (Kampen), Eendrachtbode (Tholen en Sint Philipsland), Eilanden-Nieuws (Middelharnis) en Nieuw Volendam (Volendam) deel. Deze uitgevers richten zich op kwaliteitsverbetering van de journalistiek, maar tillen hun organisaties aan de hand van een coach ook naar een hoger niveau.

‘Het uitgangspunt van de privaat-publieke proeftuin - ook in 2024 geïntroduceerd - is dat toekomstige samenwerking tussen de lokale huis-aan-huiskrant en de lokale omroep wordt onderzocht’, licht Smet toe. ‘Op het eerste gezicht geen eenvoudige opgave’, gaat hij verder. ‘Er liggen allerlei complexe hobbels op de loer, zoals allerlei vastgelegde spelregels in de Mediawet en het dienstbaarheidsverbod.’ 

Samen verkennen we de grenzen van samenwerking tussen huis-aan-huiskranten en lokale omroepen en gaan we ze, als het even kan, nadrukkelijk opzoeken en verleggenDat verbod biedt volgens het Commissariaat voor de Media ‘een belangrijke bescherming voor de non-commercialiteit van de publieke omroep’. Met andere woorden: de met publiek geld gefinancierde publieke omroepen mogen niet dienstbaar zijn aan het behalen van meer dan normale winst of ander concurrentievoordeel door derden. ‘En dus zou samenwerking met de private lokale journalistiek volgens de huidige regels in theorie wel eens tot problemen kunnen leiden’, oordeelt Smet.

Hij vervolgt: ‘Toch zitten de NNP en de NLPO samen met het ministerie aan tafel en heeft het SVDJ een actieonderzoeker aangesteld, die met alle betrokken aan het werk gaat. Ons gezamenlijk uitgangspunt is de kwaliteitsverbetering van lokale journalistiek. Het traject zal beslist tot resultaten leiden, maar dat zal niet zonder vallen en opstaan gaan. We zullen onze neus stoten en tegen barrières opbotsen. Maar… het is belangrijk dat we zoveel mogelijk kennis vergaren. Samen verkennen we de grenzen van samenwerking tussen huis-aan-huiskranten en lokale omroepen en gaan we ze, als het even kan, nadrukkelijk opzoeken en verleggen.’

ONDERZOEKSRAPPORT

Hoe het programma er precies uit gaat zien, stond dit voorjaar nog niet helemaal vast. Ideeën die leven zijn onder meer het opzetten van een gezamenlijke (deel)redactie, langdurig samenwerken aan een bepaald lokaal dossier of delen van content. ’Dat laatste biedt interessante gespreksstof’, weet Smet. ‘Een voorbeeld: volgens de letter van de wet zouden lokale private media geen filmpjes van lokale publieke omroepen mogen publiceren omdat ze er advertenties aan kunnen koppelen en er dus geld mee verdienen. Maar lokale publieke omroepen publiceren ze wél op YouTube, een internationaal platform dat óók afhankelijk is van advertenties.’

Het programma voor de privaat-publieke proeftuin voor lokale media loopt tot december 2025. Het eindresultaat belooft volgens het SVDJ ‘een bondig onderzoeksrapport over de mogelijkheden en beperkingen van publiek-private samenwerkingen en haar voorwaarden’ te worden. 

GEEN SUBSIDIELOKET

Drie jaar na zijn aantreden heeft Smet het nog altijd ‘ontzettend’ naar zijn zin bij het SVDJ. De opvolger van René van Zanten die sinds 2016 bij het SVDJ werkt, ziet zichzelf niet als iemand die een paar jaar op de winkel past. Hij wil bevlogen leiding geven aan een organisatie in beweging. ‘Net als de journalistiek is ook het stimuleringsfonds continu in ontwikkeling. Letterlijk omdat we ons pand aan de Koninginnegracht in Den Haag verbouwen.’

‘Maar ook figuurlijk’, gaat hij verder. ‘Vroeger werden we nogal eens gezien als een subsidieloket. Als dat al zo was, is dat nu beslist verleden tijd. We verrichten onderzoek naar de journalistiek in Nederland en zijn een kenniscentrum dat zich inzet voor innovatie. Ook ondersteunen we journalistieke organisaties bij hun zoektocht naar financiële duurzaamheid.’

Gelukkig onderscheiden huis-aan-huiskranten zich met een indrukwekkend bereik en dat vind ik waanzinnig bijzonderSmet omschrijft het SVDJ als een holistische organisatie, die oog heeft voor alle facetten van het journalistieke landschap in Nederland. Daar hoort ook de lokale journalistiek bij, al is het nog niet zo heel lang geleden dat Smets voorganger Van Zanten NNP-leden opriep vaker aan te kloppen bij het SVDJ. ‘Ik zie jullie niet!’, zei hij ooit vertwijfeld in NNP Nieuws

‘Tijden veranderen gelukkig’, straalt Smet. ‘Als ik zie hoeveel contacten we onderhouden met de NNP en haar leden, denk ik dat we écht op de kaart staan. Niet alleen dankzij het Tijdelijk Steunfonds voor Lokale Informatievoorziening dat tijdens de coronapandemie met de NNP is opgetuigd, maar ook door programma’s en projecten waaraan uitgevers van lokale nieuwsmedia enthousiast meedoen, zoals de SVDJ Accelerator en de SVDJ Incubator.’

‘WAANZINNIG BIJZONDER’

Smet constateert dat lokale nieuwsmedia, net als vrijwel alle andere sectoren in de journalistiek, voor grote uitdagingen staan. ‘De advertentiemarkt staat onder druk, het vinden van bezorgers is problematisch en de digitalisering gaat razendsnel. Gelukkig onderscheiden huis-aan-huiskranten zich met een indrukwekkend bereik en dat vind ik waanzinnig bijzonder. Maar het gevaar ligt op de loer dat broodnodige innovatie vanwege het aanhoudend succes van de papieren krant op de lange baan geschoven wordt. Geen goed idee, je moet vernieuwen!’

Dat kan door deel te nemen aan projecten van het SVDJ, zoals het vernieuwingstraject dat enkele jaren geleden werd gelanceerd en waaraan meerdere NNP-uitgevers deelnamen. ‘Innoveren hoeft niet te betekenen dat je meteen een AI-chatbot inzet of podcasts gaat maken. Innoveren is ook samen nadenken over nieuwe samenwerkingen en kennis delen. Vernieuwen hoeft bovendien niet met revolutionaire reuzensprongen. Ook met kleine stappen ga je vooruit.’

Smet ziet het grote bereik van huis-aan-huiskranten - met een totale weekoplage van ruim 4,6 miljoen exemplaren - als het meest onderscheidend voor de branche. ‘Met dit astronomische bereik heb je goud in handen. Uitgevers beschikken over een enorm potentieel voor de toekomst. Lokaal kun je écht het verschil maken.’